In het tijdschrift HUMO (nr. 05/2003 d.d. 21 januari) stond een interview te lezen met de Amerikaanse chirurg Atul Gawande, die onlangs een boek heeft geschreven over de missers van de moderne geneeskunde, onder de titel Complicaties. Atul Gawande was destijds adviseur gezondheidszorg voor Al Gore en Bill Clinton. In zijn boek heeft hij het openlijk over de vele dingen die verkeerd kunnen gaan bij een behandeling, te beginnen bij het doktersvoorschrift : als de krabbels van een arts verkeerd begrepen worden door een verpleegkundige, krijgt de patiënt meteen al verkeerde medicijnen toegediend. De auteur pleit er dan ook voor om voorschriften verplicht op een computer te laten schrijven i.p.v. met de hand.
Volgens Atul Gawande is het gros van de medische blunders niet zomaar op rekening te schrijven van een kleine groep slechte artsen. Bijna elke arts, hoe briljant ook, maakt elk jaar wel een ernstige fout, en maakt zich soms ook schuldig aan nalatigheid. De vraag die we ons dan ook moeten stellen, aldus de auteur, is niet : hoe voorkom je dat slechte artsen hun patiënten verkeerd behandelen, maar : hoe voorkom je dat goede artsen dat doen.
Gawande pleit ervoor dat artsen openlijk over hun fouten zouden praten. Volgens hem is dat de enige manier om diezelfde fouten in de toekomst te vermijden. Hij is een groot voorstander van de zogenaamde "morbiditeits- en mortaliteitscongressen" die in vrijwel alle Amerikaanse ziekenhuizen één keer per week georganiseerd worden. Artsen kunnen er achter gesloten deuren praten over hun missers, over onvoorziene voorvallen en sterfgevallen, zonder dat ze hoeven te vrezen voor juridische gevolgen. Die bekentenissen, in het bijzijn van een honderdtal collega's, zijn soms heel intens, maar het is de enige gezonde manier om met de eigen tekortkomingen om te gaan, aldus nog Gawande.
Topchirurgie is volgens de auteur niet zozeer een kwestie van aangeboren talent, maar gewoon een kwestie van techniek. Om chirurg te worden, moet je acht jaar of langer honderd uur per week hard studeren en oefenen op alle mogelijke implicaties en complicaties. Het snijden zelf, zo beweert Gawande, is een fluitje van een cent. Negentig procent van wat hij in een operatiezaal doet, is simpeler dan het typen van een brief door een secretaresse. Onder de Amerikaanse topchirurgen is er niet één die een bijzondere aanleg had voor het vak. Ze hebben gewoon meer geoefend dan hun minder bedreven collega's. Een goede chirurg is een chirurg die veel snijdt, aldus nog Gawande.
Het boek Complicaties is uitgegeven door de Arbeiderspers en kost zo'n 18 euro. In de Verenigde Staten is het alvast genomineerd voor The National Book Award.
In zijn nummer van 10 januari 2003 pakte het Franstalige weekblad Le Vif/L'Express uit met een artikel over experts die een oordeel moeten vellen over medische fouten. Daarin zegt Dr. Michel Matagne, voorzitter van de Vereniging van artsen-gerechtsdeskundigen, dat het werk van zo'n expert hoe dan ook beïnvloed wordt door zijn persoonlijkheid, en dit ongeacht het feit of hij nu werkt voor rekening van een verzekeraar, een patiënt of het gerecht. Marc Van Knippenberg, een psycholoog die gespecialiseerd is in hulp aan slachtoffers van trauma's, zegt dat sommige experts hun hart laten spreken, terwijl anderen dan weer dermate hardvochtig zijn dat ze meteen al zijn werk verknoeien.
Het aantal expertises neemt toe, maar steeds meer van die expertises worden ook betwist. Voor nogal wat medische experts is het echt dansen op het slappe koord : nu eens werken ze voor een patiënt, dan weer voor een verzekeringsmaatschappij of voor het gerecht. Sommigen onder hen kennen bijvoorbeeld 30% invaliditeit toe aan een patiënt wanneer ze in zijn opdracht werken, maar wanneer ze voor rekening van een verzekeringsmaatschappij werken, is dat soms maar 10%.
"De slimsten onder hen werken voor de verzekeringsmaatschappijen", aldus Dr. Michel Matagne. "Financieel is dat immers interessanter." Jaarlijks verdient een groot deskundigenbureau tot 250.000 euro met de opdrachten die het krijgt van één enkele verzekeringsmaatschappij. "Op een paar uitzonderingen na tonen die artsen-deskundigen bitter weinig mededogen voor een slachtoffer", aldus een specialist uit het milieu.
Of ze nu werken als zelfstandigen dan wel als loontrekkenden, de deskundigen die ten dienste staan van de verzekeringsmaatschappijen zijn hoe dan ook gebonden. Hun broodwinning staat op het spel, en dus zijn ze geneigd om de schade te minimaliseren of te denken dat het slachtoffer liegt.
Fraude bestaat natuurlijk. Als arts-deskundige moet je nu eenmaal op je hoede zijn, maar in de meeste gevallen gaat het enkel om een overdrijven van reële schade. Het moeilijkst te onderzoeken zijn de patiënten die niets zeggen omdat ze al hebben leren leven met de pijn.
Een ander probleem is de verhouding tussen enerzijds de medische analyse en anderzijds een schatting van de geleden schade. Een sleutelbeen-breuk bijvoorbeeld is op zich niet zo erg, maar in het geval van een grondwerker is dat wel een zwaar probleem : die raakt niet meer aan werk in zijn branche. In zo'n geval wordt het belang van elkaar tegensprekende expertises meteen duidelijk.
Vaak worden deskundigen (en advocaten) met de vinger gewezen omdat ze traag werken. Het kan makkelijk een jaar duren voor een verslag af is. Vandaar dat magistraten en verzekeringsmaatschappijen hen vaak een tijdslimiet opleggen. Sommige verzekeringsmaatschappijen drukken hen ook op het hart een aantal elementaire regels van goed gedrag te respecteren. Bij AP Verzekeringen heet het dat ze hun deskundigen vragen de slachtoffers duidelijk te maken dat ze voor een verzekeringsmaatschappij werken. Ze worden ook gevraagd zich in te leven in de situatie van het slachtoffer en met hem of haar te communiceren in een begrijpelijke taal.
Vreemd is dat nogal wat slachtoffers een arts-deskundige beschouwen als een objectieve bondgenoot, zelfs al is die aangesteld door een verzekeringsmaatschappij. En dat is een grove misvatting.
Momenteel bevinden de gerechtsdeskundigen zich nog altijd in een soort mist. Ze worden door de rechtbank gekozen uit een groep vrijwilligers die niet verplicht zijn de nodige kennis te bezitten inzake medische expertises. Ze worden ook totaal niet geëvalueerd. Een goede deskundige is gewoon een deskundige waar de rechter geen last van heeft. Wie wel voor problemen zorgt, wordt aan de kant geschoven : ofwel werkt hij te traag, ofwel maakt hij te veel fouten, ofwel worden zijn rapporten te vaak betwist. Wie opzij wordt geschoven, merkt dat pas na een zekere tijd. Hij wordt daarvan niet verwittigd. Gerechtsdeskundigen krijgen ook geen kopie van het vonnis in zaken waarin hun mening werd gevraagd. Wie zich vergist heeft, komt dat dus niet te weten.
Om wat meer klaarheid te scheppen in deze nogal warrige toestand werkt het ministerie van Justitie nu aan een hervorming van het beroep van deskundige. Op termijn zal er met officiële lijsten van deskundigen worden gewerkt. Die deskundigen zullen over de nodige kennis moeten beschikken en zullen ook geëvalueerd worden. Nog later zullen ze een nieuw statuut krijgen. Maar ze zullen hoe dan ook nog altijd de eed moeten afleggen, in tegenstelling tot de artsen-deskundigen die werken in opdracht van een verzekeringsmaatschappij of een slachtoffer. Volgens een rechter worden die laatsten niet verplicht tot het afleggen van de eed om hen niet in moeilijkheden te brengen. Een en ander betekent natuurlijk niet dat ze daardoor meteen ook ongeloofwaardig zijn, aldus nog die rechter...
In zijn nummer van 10 januari 2003 wijdde het Franstalige weekblad Le Vif/L'Express een artikel aan medische fouten en de vele obstakels die een slachtoffer moet overwinnen om een vergoeding te bekomen en de schuldigen gestraft te zien.
Dat er in ons land steeds meer medische fouten voorkomen, of dat de getroffen patiënten in ieder geval mondiger worden, blijkt alleen al uit de stijging van het aantal dossiers voor schadevergoeding geopend bij de verzekeringsmaatschappijen : van 466 in 1995 naar 730 in 1999.
Een minnelijke schikking wordt door de verzekeraar van een falende zorgverlener meestal enkel voorgesteld in het geval van een heel zware en onmiskenbare fout. Bij zo'n minnelijke schikking krijgt het slachtoffer een vergoeding die 70 à 80% bedraagt van wat een rechter hem zou hebben toegekend, mocht hij een proces hebben gewonnen. Een minnelijke schikking heeft wel het voordeel dat het slachtoffer vrij snel vergoed wordt, daar waar een proces meestal jarenlang aansleept en de afloop ervan hoogst onzeker is.
Professor Jean-Luc Fagnart, een advocaat die gespecialiseerd is in medische aansprakelijkheid, stelt dat kiezen voor een strafrechtelijke procedure voor een slachtoffer de kortste weg is naar een ontgoocheling. In zowat 92% van de gevallen worden de klachten zonder gevolg geklasseerd of komt het tot een vrijspraak. De minste twijfel wordt immers geïnterpreteerd in het voordeel van de beklaagde. Vandaar dat een burgerlijke procedure te verkiezen is boven een strafrechtelijke. Bij een burgerlijke rechtszaak gaat het erom de gegrondheid aan te tonen van een schade-eis.
De artsen van hun kant klagen dat de verzekeringspremies die ze dienen te betalen steeds duurder worden. De verzekeraars zeggen dan weer dat ze niet anders kunnen dan de premies optrekken, anders is het systeem niet meer rendabel. Tegenwoordig zijn er minder dan 10 verzekeringsmaatschappijen die medische risico's nog willen dekken. Sommige van hen weigeren zelfs vlakaf chirurgen nog langer te verzekeren. Op zich zeggen de jaarlijkse exploitatierekeningen nog niks, aldus de verzekeringsmaatschappijen. Eén enkele zaak, zoals die van de Chinese kruiden, die meer dan 1,6 miljard frank aan schadevergoedingen gekost heeft, kan het financieel evenwicht van het systeem meteen weer op de helling zetten.
Professor Fagnart erkent dat het huidige systeem niet langer beantwoordt aan de evoluerende mentaliteit en de verzuchtingen van het publiek. Sommige magistraten zijn zelfs gegeneerd omdat ze moeten oordelen op basis van rechtsregels die zo uitgesproken ongunstig zijn voor de slachtoffers. Het blijft hoe dan ook een loterij, aldus nog Fagnart. Je hebt rechters die zich hard opstellen, terwijl anderen dan weer de rechtsregels ombuigen om tegemoet te komen aan de verzuchtingen van de slachtoffers. Op Europees niveau merken we dat de rechters steeds meer het recht interpreteren in het voordeel van de zwakke partij, het slachtoffer. Sommige rechters vinden zelfs dat het aan de zorgverlener is om te bewijzen dat de patiënten correct werden geïnformeerd over de nevenwerkingen en de risico's van een behandeling. In Frankrijk gaan ze nog een stap verder : daar leggen rechters de artsen soms een resultaatsverplichting op, bijvoorbeeld inzake de steriliteit van het gebruikte materieel. Stel je voor : mocht in België elke patiënt die een infectie heeft opgelopen in een ziekenhuis naar de rechtbank stappen en die zaak ook winnen...
De laatste jaren zetten de verzekeringsmaatschappijen de artsen steeds meer onder druk om aan preventie te doen en die preventie ook te stoelen op nieuwe verhoudingen tussen zorgverleners en patiënten. Die nieuwe filosofie is de medische wereld grondig aan het veranderen, aldus Jean Rogge, algemeen adviseur bij de Beroepsvereniging der Verzekeringsondernemingen.
Momenteel werken de professoren Fagnart en Vansweevelt op vraag van de regering een wetsontwerp uit dat als basis moet dienen voor de oprichting van een solidariteitsfonds dat zowel de slachtoffers zal vergoeden als aanbevelingen zal doen ter preventie van medische fouten.
Op 13.05.2003 verspreidde het persagentschap BELGA het volgende bericht:
In de Belgische ziekenhuizen zouden zich jaarlijks zo'n 1500 vermijdbare sterfgevallen voordoen. Dit blijkt uit een extrapolatie van een Amerikaans onderzoek naar de Belgische situatie.
Volgens professor Arthur Vleugels (Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap - K.U. Leuven) is naast een betere organisatie en hygiëne ook een grotere bewustwording van het probleem nodig bij artsen, verplegers, ziekenhuisdirecties en overheden. Op basis van een onderzoek van 10.000 ziekenhuisdossiers schatten Amerikaanse deskundigen dat jaarlijks tussen de 44.000 en 98.000 overlijdens in Amerikaanse ziekenhuizen te wijten zijn aan tekortkomingen. "Een gelijkaardige studie in België is bij gebrek aan gegevens onmogelijk. We hebben wel kunnen vaststellen dat het aantal verwikkelingen en complicaties zoals algemene infecties, longinfecties, hartritmestoornissen en dergelijke in België vergelijkbaar is met dat in de VS, vandaar dat wij het cijfer geëxtrapoleerd hebben en aan 1500 komen", aldus professor Vleugels.
Een Belgisch academisch ziekenhuis is tot de vaststelling gekomen dat één op de vier diagnoses die door zijn artsen wordt gesteld, fout is. Bij 4 procent leidt die foute diagnose tot de dood van de patiënt. Dat maakte VLD-senator Jacques Germeaux bekend. Vermoedelijk is de situatie bij andere ziekenhuizen niet anders. Volgens Germeaux gebeurt er ook slechts op 2 procent van de stoffelijke overschotten een autopsie. Dat zou 10 procent moeten zijn, onder meer voor het ophelderen van nieuwe ziekten. Germeaux verwijst ook naar een Duits onderzoek waaruit blijkt dat de helft van de moorden nooit uitkomt. (bron: BELGA 04.07.2005)
Ziekenhuispatiënten blijken tegenwoordig een stuk assertiever dan pakweg tien jaar geleden. Vroeger ondergingen ze lijdzaam alle tests en luisterden ze zonder morren naar een diagnose met veel moeilijke termen waar ze niet veel van begrepen. Vandaag stellen veel patiënten vragen over de onderzoeken én over hun toestand. Ook stellen ze meer eisen wat de kwaliteit van de verpleging betreft.
"Vooral door het internet zijn patiënten veel mondiger geworden", stelt professor Ives Hubloue, die de zorgverlening in het UZ Brussel onder de loep nam. "Patiënten zoeken op internet naar mogelijke remedies, vaak nog vóór ze een arts hebben geraadpleegd. En tijdens de consultatie treedt die patiënt dan in discussie, met in het achterhoofd alle - niet altijd correcte - informatie die hij op internet heeft gelezen. Hoe beter geïnformeerd, hoe makkelijker de arts de patiënt van een behandeling kan overtuigen. Alleen jammer dat artsen soms te weinig tijd hebben om lang met een zieke te praten. (...) In de opleiding van jonge artsen wordt in vergelijking met vroeger wel veel meer aandacht aan communicatie besteed."
Patiënten willen niet enkel beter geïnformeerd worden, ze willen ook betere 'hotelfaciliteiten' genieten tijdens hun verblijf in het ziekenhuis.
Professor Hubloue: "Naast verzorging komen de 'hotel-aspecten' steeds meer op de voorgrond. Zo zijn er in het UZ Brussel enkel nog een- en tweepersoonskamers, met een flatscreen-tv voor elke patiënt. En van het verplegend personeel wordt verwacht dat ze zich meer als receptiebediende in een hotel gedragen."
In 2006 stapte 0,15% van de patiënten naar een ombudsdienst.
(bron: Het Laatste Nieuws 25.04.2007)
Patiëntenvoorlichting kan stukken beter
Omdat er zo goed als niets bekend is over de organisatie, structuur en coördinatie van patiëntenvoorlichting in de Vlaamse ziekenhuizen startte het Vlaams Patiëntenplatform een onderzoek, in opdracht van de FOD Volksgezondheid en in samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel. Alle 117 Vlaamse ziekenhuizen werden bevraagd. Verder werd de organisatie in Wallonië, Nederland en Engeland onder de loep genomen.
“De resultaten van het onderzoek zijn niet verwonderlijk, maar ze zetten ons wel aan tot nadenken”, zegt het Vlaams Patiëntenplatform. Terwijl in Vlaanderen een structurele verankering van patiëntenvoorlichting in de ziekenhuiswerking veelal ontbreekt, is de organisatie ervan in Wallonië en zeker in Nederland beter doordacht en gecoördineerd.
In Wallonië verlopen de (vele) initiatieven meer gecoördineerd en worden ze ondersteund door een aantal overkoepelende structuren of organisaties. In Nederland zijn in elk ziekenhuis één of meerdere functionarissen belast met de verantwoordelijkheid voor de organisatie en coördinatie van patiëntenvoorlichting.
De praktische organisatie van patiëntenvoorlichting in de Vlaamse ziekenhuizen blijkt volgens het onderzoek ook zeer afhankelijk te zijn van initiatieven van verschillende diensten of afdelingen binnen een ziekenhuis. “Opgebouwde expertise wordt niet gedeeld en gaat dikwijls verloren. Verhuist de verantwoordelijke zorgverlener bijvoorbeeld naar een andere dienst of krijgt hij promotie, dan is de kans groot dat de activiteit samen met hem verdwijnt.” aldus het Vlaams Patiëntenplatform.
Patiëntenvoorlichting is dikwijls ook een belangrijk onderdeel van het takenpakket van gespecialiseerde verpleegkundigen of referentieverpleegkundigen, zoals de borstverpleegkundigen.
De wet op de patiëntenrechten van 2002 gaf de patiëntenvoorlichting volgens vele ziekenhuizen wel een stevige duw, maar er is meer nodig. Hoewel materiële en personeelsmiddelen worden vrijgemaakt, geven de ziekenhuizen aan dat het gebrek aan (personeels)middelen één van de grote belemmeringen is voor de verdere uitbouw van patiëntenvoorlichting. Het Vlaams Patiëntenplatform stelt vast dat nagenoeg alle ziekenhuizen extra financiële ondersteuning en een verhoging van de personeelsmiddelen vanuit de overheid vragen.
Patiëntenverenigingen spelen een belangrijke rol in het ontstaan, de ontwikkeling en het promoten van patiëntenvoorlichting: 40% van de ziekenhuizen meldt dat patiëntenverenigingen of zelfhulpgroepen een invloed hebben (gehad) op hun organisatie van patiëntenvoorlichting. De patiëntenverenigingen leveren materiaal aan, werken mee aan folders of brochures, organiseren informatiemomenten of nemen deel aan patiëntenvoorlichting in familiegroepen. “Dit is al bij al een mooi resultaat, maar het kan en moet veel beter”, benadrukt het Vlaams Patiëntenplatform.
Uit de enquête blijkt ten slotte dat de vraag van het publiek en de motivatie van het personeel de belangrijkste stimulansen zijn voor een betere patiëntenvoorlichting. De cultuur van de organisatie en de bereidwilligheid, motivatie en houding van het personeel zijn van essentieel belang. (bron: persbericht Vlaams Patiëntenplatform, 18 december 2007)
Helft minder ziekenhuisinfecties
Het aantal gevallen van besmetting met de ziekenhuisbacterie is in België de voorbije vier jaar met de helft gedaald. Dat blijkt uit cijfers van de Belgische Antibioticacommissie (BAPCOC). In 2003, tijdens de piekperiode van de infectie, vielen in ons land bijna 3.000 doden. Gemiddeld 4,2 patiënten op 1.000 kregen dat jaar af te rekenen met de ziekenhuisbacterie. Concreet kwam dat neer op zo'n 110.000 geïnfecteerden. Hiervan stierven er tussen de 2.500 en de 3.000. In de eerste helft van 2007 kregen nog slechts 2,2 patiënten op 1.000 te kampen met een infectie. "Tot hoeveel doden minder dit leidde, is op dit ogenblik niet duidelijk", zegt professor microbiologie Herman Goossens van de Universiteit Antwerpen. "Maar het zullen er zeker enkele honderden zijn."
De redenen voor de sterke daling van het aantal infecties zijn uiteenlopend. Enerzijds is het hygiënebeleid in de Belgische ziekenhuizen sterk verbeterd. Zo wordt op dit vlak beter samengewerkt tussen artsen en verpleegkundigen. Anderzijds speelt het verminderde gebruik van antibiotica een grote rol, net als de verbeterde handhygiëne van het ziekenhuispersoneel. Nieuw onderzoek toont aan dat 70 procent van de verpleegkundigen en de artsen de handen ontsmet zoals voorgeschreven. (bron: Medinews, juni 2008)
Drie kwart complicaties te vermijden
Uit een studie van het Federaal Kenniscentrum Gezondheidszorg dat drie kwart van de complicaties veroorzaakt door zorgverlening in ziekenhuizen te vermijden is. Complicaties als doorligwonden, longembolieën en wondinfecties worden vooral veroorzaakt door de manier waarop de zorgverlening is georganiseerd, en niet zozeer door de ziekte van de patiënt zelf. Om het aantal complicaties te verminderen, moet men ze eerst in kaart brengen, aldus het Kenniscentrum, dat dan ook pleit voor het aanleggen van een nauwkeurige databank met het aantal complicaties en de aard ervan.
Vragenlijst in operatiezaal redt mensenlevens
Uit een onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) blijkt dat het doorlopen van een simpele vragenlijst over de patiënt en de ingreep vóór een operatie mensenlevens kan redden. Vragen als “Is dit wel meneer X?” en “Moet hij aan zijn linker- of rechterknie worden geopereerd?” lijken routine, maar toch worden ze bij een operatie nog te vaak over het hoofd gezien.
In Europa, ook in België, is zo’n checklist eerder uitzondering dan regel. En dat terwijl wereldwijd duizenden mensenlevens gered zouden kunnen worden. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld zouden chirurgen met zo’n checklist jaarlijks 80.000 complicaties en honderden doden kunnen vermijden.
Hoeveel Belgen jaarlijks sterven op de operatietafel en hoeveel complicaties te vermijden waren, is moeilijk te achterhalen. “Cijfers zijn er niet”, zegt professor Arthur Vleugels van de K.U. Leuven. “Maar we gaan ervan uit dat 5 à 10% van de patiënten het slachtoffer wordt van medische fouten. Nog eens 5 à 10% daarvan loopt fataal af: de patiënt sterft of heeft blijvende letsels.” De checklist van de WHO wordt binnenkort ingevoerd in het UZ Gent, Ziekenhuis Netwerk Antwerpen, UZ Brussel en het Leuvense Gasthuisberg.
Voorbeelden van wat er op een checklist kan staan:
- Wie is de patiënt en welke operatie moet hij ondergaan?
- Waar precies moet hij geopereerd worden?
- Is er voldoende bloed aanwezig in het operatiekwartier?
- Hoe lang zal de operatie duren, wat zijn de kritieke fasen en wat is het te verwachten bloedverlies?
- Zijn de nodige steriele instrumenten aanwezig?
- Hebben we de patiënt alle nodige geneesmiddelen toegediend?
- Zijn alle scans en radiografisch onderzoek aanwezig?
- Zijn alle scharen en materialen uit het lichaam van de patiënt verwijderd?
Meeste ziekenhuisinfecties ontstaan door vuile handen
Op 19 januari 2009 startte in de Belgische zorginstellingen de nieuwe nationale sensibiliseringscampagne "U bent in goede handen". De campagne, die dit jaar aan haar derde editie toe is, heeft als doel alle gezondheidswerkers in de ziekenhuizen te sensibiliseren over het belang van handhygiëne.
De deelname aan deze campagne is vrijwillig en toch kan men nu reeds van een succes spreken : 97% van de acute ziekenhuizen, 73% van de gespecialiseerde en geriatrische zorginstellingen en 69% van de psychiatrische ziekenhuizen hebben zich ingeschreven.
Naast de zorgverstrekker wordt ook de patiënt aangesproken : hij is immers een belangrijke partner bij het bevorderen van de kwaliteit van de zorgverlening. Tijdens zijn ziekenhuisverblijf ontvangt iedere patiënt een informatiefolder.
De naleving van de voorschriften voor handhygiëne wordt gemeten vóór en na de campagne. Na analyse van de gegevens ontvangen de deelnemende ziekenhuizen informatie over de resultaten die ze hebben behaald.
Een ziekenhuisopname houdt risico’s in : gemiddeld 6% van de gehospitaliseerde patiënten lopen tijdens hun verblijf in het ziekenhuis een infectie op. Ziekenhuisinfecties verlengen vaak het ziekenhuisverblijf, vergen extra behandeling en kunnen leiden tot de dood.
Ziekenhuisinfecties worden het makkelijkst verspreid via de handen van de zorgverstrekkers. Een goede handhygiëne is dan ook een efficiënte en goedkope manier om infecties te vermijden. Indien blijvend inspanningen worden geleverd, kan over enkele jaren het aantal ziekenhuisinfecties dalen met 20 tot 30%. (bron : MediNews, 23.01.2009)
Aantal medicatiefouten makkelijk te halveren
Johan Hellings, de directeur van het Ziekenhuis Oost-Limburg, deed aan de KULeuven onderzoek naar de risico’s in ziekenhuizen, met name de medicatieveiligheid. Er werden meer dan 1.000 patiëntendossiers in vier Vlaamse ziekenhuizen bestudeerd, vertrekkende van de vraag : hoe vaak komen vermijdbare medicatie-incidenten met schade voor de patiënt daadwerkelijk of potentieel voor, en hoe kunnen we de situatie verbeteren?
In een eerste fase werden 1.059 patiëntendossiers onder de loep genomen. Daarbij werd gekeken of het juiste geneesmiddel veilig werd toegediend aan de juiste patiënt. Bij 2,55 % van de opnames was dat niet het geval en liep de patiënt effectief schade op. Bij nog eens 5,19 % van de opnames ging het om een potentieel medicatie-incident, zonder dat de patiënt schade ondervond.
Op basis van die gegevens werden vrij eenvoudige ‘verbetertrajecten’ uitgewerkt :
- de kennis over geneesmiddelen en het voorschrift verhogen.
- de patiënten beter betrekken en informeren over hun medicatie, en specifieke aandacht voor het toedienen ervan.
- incidenten met medicatie registreren per ziekenhuisafdeling en er lessen uit trekken, met aandacht voor de onderlinge communicatie en samenwerking.
De vier ziekenhuizen die waren betrokken bij het onderzoek mochten zelf kiezen hoe ze die maatregelen toepasten.
Een jaar later werden nog eens 1.137 patiëntendossiers bestudeerd. Toen bleek dat er slechts bij 1,23 % van de opnames één of meerdere vermijdbare medicatie-incidenten met schade voorkwamen. Beduidend minder dus dan vóór het invoeren van de ‘verbetertrajecten’.
Niet alleen het aantal vermijdbare medicatie-incidenten met schade voor de patiënt daalde, maar de incidenten waren ook minder ernstig.
De potentiële medicatie-incidenten namen echter niet noemenswaardig af. Bij de tweede meting deed er zich in 4,93 % van de gevallen een potentieel vermijdbaar medicatie-incident voor.
Hellings besluit dat het belangrijk is te werken aan een veiligheidsmanagement, met concrete verbeteracties. Een veiligheidscultuur speelt volgens hem ook een belangrijke rol. (bron : De Artsenkrant, 9 juni 2009)
Keuze ziekenhuis bepaalt kans op overleven
Uit een vergelijkende studie van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg blijkt dat men voor bepaalde ingrepen beter naar ziekenhuizen gaat waar die ingrepen vaker dan elders worden uitgevoerd. Ziekenhuizen of chirurgen die een complexe, zeldzame operatie meer dan elf keer per jaar uitvoeren, bereiken betere resultaten. Slechts 5 van de 74 ziekenhuizen halen dat getal.
De resultaten van de studie zijn niet echt verrassend : oefening baart immers kunst. Het zou echter verkeerd zijn alleen het aantal ingrepen in rekening te brengen. Ook de multidisciplinaire omkadering speelt een rol, naast het feit of een chirurg een bepaalde techniek beheerst.
Voor borstkanker bijvoorbeeld is het verband duidelijk. Vrouwen kunnen zich maar beter laten opereren in een ziekenhuis dat zo'n ingreep minstens 150 keer per jaar uitvoert. Wat hartchirurgie betreft : in de zestien centra die jaarlijks minstens tweehonderd bypassoperaties uitvoeren, overlijdt drie procent van de patiënten. In de dertien centra die minder operaties doen, ligt de sterfte op meer dan vijf procent.
De studie noemt geen namen van ziekenhuizen. Het Kenniscentrum werkt met anonieme gegevens. Mogen patiënten dan niet weten welke ziekenhuizen beter presteren? Volgens het Kenniscentrum weten ze dat al, en zeker de huisartsen. Wie aan zijn huisarts vraagt waar hij het beste geholpen wordt voor een bepaalde operatie, komt dat meteen te weten. Er zijn landen waar dergelijke studies zijn gepubliceerd met naam en toenaam van de ziekenhuizen. Vreemd genoeg bleken de patiënten zich daar weinig van aan te trekken. Ze lieten zich soms opereren in een ziekenhuis omdat het dichtbij was, niet omdat het een goede reputatie had.
De resultaten van dit onderzoek moeten ertoe leiden dat kleinere ziekenhuizen hun voordeel doen met de ervaring van de grote. Wat hartchirurgie betreft, bijvoorbeeld, zou men de zorgprocessen van de centra met de beste resultaten kunnen gebruiken om de kwaliteit van zorg in de andere hartcentra te verbeteren.
Maar men kan ook de omgekeerde conclusie trekken : dat de neiging om op zoveel mogelijk plaatsen hooggespecialiseerde chirurgische ingrepen uit te voeren verkeerd is. Internationaal wordt aangeraden om gecompliceerde en zeldzame operaties te concentreren in een beperkt aantal ziekenhuizen. (bron : De Standaard, 14 juli 2009)
Ziekenfonds adviseert bij keuze ziekenhuis
Het christelijke ziekenfonds CM heeft 50.000 dossiers van heupprothese-inplantingen bij zijn leden onderzocht. Daaruit bleek dat er grote prijs- en kwaliteitsverschillen zijn tussen ziekenhuizen, artsen en de heupprothesen zelf.
Bij de heupprothesen zijn er niet alleen grote prijsverschillen (van 200 tot bijna 3.000 euro bij te dragen door de patiënt), maar ook grote kwaliteitsverschillen, afgemeten naar het aantal vervangingen dat nodig blijkt. De duurste prothesen zijn niet de beste, maar worden wel almaar meer gebruikt, en de goedkoopste veroorzaken het minst herval.
Er is ook een groot verschil in herval tussen artsen en ziekenhuizen. Bij een arts die slechts een paar heupprothesen per jaar inplant, is de kans op herval 60% hoger dan bij een collega die er veel doet.
Ook onder de ziekenhuizen zijn er grote verschillen. De slechtste score is 5 keer meer herval dan gemiddeld. De beste 6 maal minder dan gemiddeld.
Uit het onderzoek van de CM blijkt ook dat ziekenhuizen die tien jaar geleden slecht scoorden dat ook nu nog doen.
De CM wil de resultaten van zijn onderzoek echter niet publiceren, omdat die altijd moeten worden geïnterpreteerd. De lokale adviserende artsen beschikken wel over die gegevens en kunnen ze interpreteren. Elk CM-lid kan bij hen terecht voor informatie en advies voor zo'n ingreep.
De CM heeft bovendien een akkoord met de wetenschappelijke verenigingen van orthopedisten. Er gaat een speciale commissie naar elk ziekenhuis dat niet goed presteert. Dat moet dan leiden tot een verbeterplan. Als er na een jaar echter nog geen beterschap is, herneemt de CM zijn vrijheid. De CM zegt hiermee enkel vooruitgang voor iedereen na te streven. Mocht men alleen de ranglijst publiceren, dan raken enkel de slimsten in de goede ziekenhuizen, aldus nog de CM. (bron : De Standaard, 13 november 2009)
Infecties met de ziekenhuisbacterie maken in de Belgische ziekenhuizen en andere zorginstellingen jaarlijks 2.625 dodelijke slachtoffers. Dat antwoordde minister van Volksgezondheid Onkelinx op een schriftelijke vraag van Kamerlid Denis Ducarme (MR). In de Europese Unie kunnen zo'n 37.000 sterfgevallen rechtstreeks worden toegeschreven aan een ziekenhuisinfectie.
Ongeveer 6% van de Belgische patiënten raakt tijdens een ziekenhuisverblijf besmet. Dat percentage is vergelijkbaar met dat in onze buurlanden. Meest voorkomend zijn urinaire infecties (23,9%), lage luchtweginfecties (23,9%) en operatiewondinfecties (14,6%).
"Op een jaarlijks totaal van 15 miljoen ligdagen kunnen 900.000 dagen worden toegeschreven aan patiënten met een ziekenhuisinfectie. Men schat dat elk jaar ongeveer 103.000 patiënten een dergelijke infectie oplopen en 2.625 ten gevolge hiervan overlijden", aldus minister Onkelinx, die zich hierbij baseert op studies van het Federale Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg.
Ziekenhuisinfecties hebben diverse oorzaken, zoals de verzwakte immuniteit van de patiënt, de invasieve ingrepen in ziekenhuizen, het soms te kwistig toedienen van antibiotica en andere medicijnen die de immuniteit van de patiënt nadelig beïnvloeden, de slechte handhygiëne van het personeel en gebreken in het onderhoud van de omgeving van de patiënt. De infecties treden doorgaans op bij kwetsbare (vaak bejaarde) patiënten die lijden aan een of meer ernstige aandoeningen en kampen met een verminderde immuniteit. (bron: PlusMagazine, maart 2011)
Het regent klachten over ziekenhuizen
In vijf jaar tijd is het aantal klachten van patiënten bij de ombudsdiensten van de algemene ziekenhuizen bijna verdubbeld. Terwijl er in 2006 in totaal 9.026 klachtendossiers werden geopend, waren dat er in 2010 al 16.907. Er is wel geen sprake van een algemene trend : in de meeste van die ziekenhuizen stijgt het aantal klachten, maar er zijn ook 44 ziekenhuizen waar het aantal klachten daalt. Dat blijkt uit de recentste analyse van de jaarverslagen van de ombudsdiensten door de federale commissie 'Rechten van de Patiënt'. (bron: Het Nieuwsblad, 9 februari 2012)
Stress in de operatiezaal
Neurochirurg Guido Dua, uit Antwerpen, over de stress waar chirurgen en verpleegkundigen mee te maken krijgen in de operatiezaal: "Er is niet alleen de stress van het mes, er is ook stress door allerhande externe factoren. En die stress is de jongste tien jaar alleen maar toegenomen omdat alles in functie staat van tijd en geld. Je mag als chirurg geen tijd meer verliezen: als je een operatiezaal nog maar een half uur leeg laat staan, is dat een enorm financieel verlies voor het ziekenhuis. Ziekenhuisdirecties zetten chirurgen het mes op de keel: we moeten vooraf inplannen hoe lang een operatie duurt, tussen twee operaties hebben we maar een kwartier tot een half uur tijd. Zelfs de tijd van de instrumentisten wordt gemonitord: zo'n instrumentist wordt door de chirurg per minuut betaald. Er is ook zo'n groot tekort aan verpleegkundigen dat chirurgen vaak moeten werken met onbekwaam personeel dat soms hun taal niet eens verstaat. Ziekenhuisdirecties houden hoe langer hoe minder rekening met het menselijke aspect, met kwaliteit. Verpleegkundigen en chirurgen moeten bijna op robots gaan lijken." (bron: Het Laatste Nieuws, 21 april 2012)